Verlaging van de vennootschapsbelasting en andere maatregelen


16 november 2017

Het meest opvallende aspect van het zgn. Zomerakkoord is de hervorming en de verlaging van de vennootschapsbelasting. Daarnaast is er hele reeks maatregelen die elk van ons aanbelangen. De meeste hervormingen worden in twee stappen uitgevoerd. Hier willen wij alvast een overzicht geven van de maatregelen die in 2018 van kracht worden.

 

Het goede nieuws: de verlagingen

De vennootschapsbelasting zal in twee stappen dalen van 34% naar 25%. Naar 29% in 2018 en naar 25% in 2020. Voor de kmo’s zal vanaf 2018 de belasting verlaagd worden naar 20% op de eerste schijf van € 100.000.  De crisisbelasting verdwijnt in twee stappen. Van 3% naar 2% in 2018, naar 0% in 2020.

 

En verder

Ook andere maatregelen die ons belastingsysteem moeten actualiseren en aanpassen aan nieuwe uitdagingen.

 Een minimumbelasting van 7,5% is één van de pijlers van het zomerakkoord. Hoe gaat dat in de praktijk? De aftrek van vorige verliezen wordt aanzienlijk beperkt. Ze worden, samen met de notionele intrest-aftrek, overgedragen DBI’s (Definitief Belastbare Inkomsten) en de overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, in een ‘korf’ gestopt. Deze korf bedraagt €1 miljoen + 70% van de aftrekposten boven €1 miljoen. Dat betekent dat 30% van het aftrekbare bedrag niet effectief wordt afgetrokken, maar overgedragen naar een volgend jaar. Die 30% vormt de basis voor de minimumbelasting (tegen het nieuwe tarief van 25% vanaf 2020), en verklaart de minimumbelasting van 7,5%

De notionele aftrek wordt beperkt tot de aangroei van het risicokapitaal van de laatste 5 jaar. De overdrachtsregeling blijft ongewijzigd, maar de investeringsreserve verdwijnt (met uitdovend scenario voor de bestaande reserves).

Kosten die betrekking hebben op activiteiten of inkomsten van volgende jaren, zullen slechts aftrekbaar zijn in de volgende jaren. Het zal bijvoorbeeld niet meer mogelijk zijn, vooruitbetaalde huur in het jaar van betaling in één keer af te trekken.

Belasting op meerwaarde van aandelen wordt geactualiseerd. Tot op vandaag worden grote bedrijven onderworpen aan een minimale belasting van 0,412% op de meerwaarde van aandelen, die minimum 1 jaar worden behouden. Vanaf 2018 worden meerwaarden op aandelen belast tegen 25%.

 

Het begrip “kmo” geherdefinieerd

Niet alleen betalen kmo’s vanaf 2018 minder belastingen (zie hierboven), in de toekomst zouden ok meer ‘kleine’ vennootschappen kunnen genieten van het kmo-tarief. Daarbij moet aan tenminste één van de zaakvoerders een minimum-jaarloon van € 45.000 worden uitbetaald. Wie deze regel niet naleeft riskeert een bijzondere aanslag, en vooral ook het verlies van het kmo-statuut. Beginnende bedrijven zijn gedurende de eerste vier jaar vrijgesteld van deze maatregel.

 

Tenslotte

Sommige maatregelen zullen zeker nog verduidelijkt en/of aangepast worden. Dit artikel maakt geen aanspraak op volledigheid. Voor méér gedetailleerde informatie kunt u best terecht bij BFKM. Maatregelen die pas in 2020 van kracht worden, zullen wij bespreken in een latere "Tips & Adviezen".

Gelieve de hoogte van uw browservenster te vergroten voor een betere website ervaring.