Minder faillissementen dankzij nieuwe regels?


15 mei 2018

Ondernemers in financiële moeilijkheden krijgen sinds 1 mei meer mogelijkheden om het faillissement af te wenden of, wanneer dit niet mogelijk is, opnieuw te starten met een schone lei. De wetgever heeft geprobeerd de belangen te verdedigen van de ondernemer die buiten zijn wil in de problemen komt, en tegelijk misbruiken tegen te gaan. 

Wie kan er failliet gaan?
Elke natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent kan in faling gaan, ook een kunstenaar of de voorzitter van een voetbalclub in vierde provinciaal. Zelfs de zaakvoerder van een vennootschap kan persoonlijk in faling gaan, met het risico dat zijn privé-eigendommen in de faling worden betrokken, en de vennootschap meegesleurd wordt.

Faillissement (proberen te) vermijden
Wanneer bedrijven het financieel moeilijk krijgen is dat niet altijd te wijten aan slecht beheer. Een klassiek voorbeeld is de ondernemer die dreigt failliet te gaan door de faling van één van zijn klanten. Vandaag kan, mits een gerechtelijke bescherming tegen de schuldeisers en een reorganisatie, het faillissement vermeden worden.

Een minnelijke oplossing kan ook – onder bepaalde voorwaarden
Sinds 1 mei 2018 kan de ondernemer in moeilijkheden een overeenkomst sluiten met tenminste twee schuldeisers, en hun persoonlijke zekerheden geven - een bouwgrond bijvoorbeeld. Wanneer deze overeenkomst opgenomen wordt in het centraal register solvabiliteit, en er toch een faillissement volgt, moet de curator deze overeenkomst eerbiedigen. 
Let op: Wanneer de transactie gebeurt in de verdachte periode van zes maanden vóór het faillissement, kan deze overeenkomst nietig verklaard worden.

Een nieuwe start
Failliet verklaarde zelfstandige ondernemers verdienen een tweede kans. Dit is nieuw, want tot nu toe kreeg de falende ondernemer een stigma opgeplakt dat het hem praktisch onmogelijk maakte om opnieuw te starten, al dan niet in dezelfde soort activiteit. 
Sinds 1 mei kunnen gefailleerden kwijtschelding krijgen van de restschulden – die overblijven nadat de curator de goederen van de ondernemer verkocht heeft en met dat geld de schuldeisers zo goed mogelijk heeft betaald. Die kwijtschelding gebeurt bijna automatisch wanner de failliete ondernemer binnen 3 maanden na de faillietverklaring een aanvraag indient. De rechtbank kan dat niet weigeren, en dat zit zowel de curatoren als de schuldeisers dwars. Want zij kunnen alleen bezwaar aantekenen indien ze kunnen bewijzen dat de gefailleerde een grove fout heeft begaan. Met andere woorden: bijna nooit.

Conclusie
Wees voorzichtig, want de gefailleerde krijgt een nieuwe kans, maar de leveranciers dreigen de gebroken potten te betalen.  
 

Gelieve de hoogte van uw browservenster te vergroten voor een betere website ervaring.