Grondige hervorming van het erfrecht


08 oktober 2018

De hervorming van het erfrecht is één van de voornaamste vernieuwingen van het Zomerakkoord. De wetgever wil hiermee tegemoetkomen aan de veranderde gezinssamenstellingen, en ook een aantal hiaten opvullen of scheefgetrokken situaties rechtzetten. De hervormingen van het erfrecht zijn in werking getreden op 1 september 2018.

De erfrechtelijke reserve
Vóór de hervorming: De erfrechtelijke reserve, dat is het gedeelte van de erfenis dat voorbehouden is voor de erfgenamen, hing af van het aantal kinderen. Wie 1 kind had kon beschikken over de helft van de globale erfenis, wie 3 of méér kinderen had, hield slecht ¼ over. Ook ascendenten (ouders, grootouders…) konden in bepaalde omstandigheden beroep doen op de reserve.
Na de hervorming: De erfrechtelijke reserve bevat de helft van het vermogen, ongeacht het aantal kinderen. In alle gevallen kan de erflater vrij beschikken over de andere helft. De reserve voor de (groot)ouders wordt vervangen door een onderhoudsvordering ten laste van de nalatenschap. 
De reserve in natura wordt vervangen door een reserve in waarde.

Inbreng en inkorting van een schenking.
Rechthebbenden kunnen een voorschot vragen op hun erfdeel, in natura of in waarde. Een voorbeeld: ouders schenken een bouwgrond aan zoon of dochter, zodat die een eigen woning kunnen bouwen – iets wat anders voor hen onbetaalbaar was.
Vóór de hervorming: Eén of meer erfgenaam konden de terugkeer naar de nalatenschap eisen van de geschonken goederen in natura (inkorting) wanneer de overledene het aandeel van de erfgenamen had geschonden door deze schenking. De waarde van de schenking in natura werd bepaald op het ogenblik van overlijden van de erflater. De begiftigde was dus nooit zeker dat hij de eigendom van een ontvangen onroerend goed kon behouden.
Na de hervorming: Schenkingen, zowel onroerend als roerend, worden steeds in waarde bepaald op het ogenblik van de schenking, en ze worden geïndexeerd. Bij het overlijden van de erflater komt de geïndexeerde waarde van de roerende of onroerende schenkingen, in mindering van het part van de begiftigde(n), zodat deze het ontvangen goed in principe kan/kunnen behouden. In de uiteindelijke berekening van de nalatenschap komt enkel de waarde van de schenking(en) in aanmerking.

Schenking of geschenk?
De grens tussen geschenken en schenkingen is niet altijd even duidelijk. Alles hangt af van de intentie van de schenker. 
In principe is het erfrecht niet van toepassing op een geschenk, op voorwaarde dat de waarde ervan in verhouding staat tot het fortuin en de toestand van de gever, en dat het gegeven wordt ter gelegenheid van een geboorte, de communie, een huwelijk of andere gelegenheden waarbij traditioneel cadeaus geschonken worden 
In alle andere gevallen wordt het geschenk, ook tussen echtgenoten, beschouwd als een schenking en onderworpen aan het erfrecht.

Erfovereenkomst bij leven

Vóór de hervorming: erfovereenkomsten voor de toekomst waren in principe verboden.
Na de hervorming: het principe blijft, maar wordt beter omschreven en versoepeld. Een belangrijke vernieuwing is de globale erfovereenkomst tussen de ouders en hun kinderen bij leven. De ouders kunnen dan een familiepact op maat maken, dat pas na hun overlijden zal worden toegepast. Samen met de kinderen kunnen zij de toewijzing en de verdeling van de nalatenschap op bindende wijze regelen, volgens de concrete gezinssituatie, bijvoorbeeld hoeveel extra kapitaal moet opzijgezet worden voor de specifieke behoeften van een gehandicapt kind. Op die manier willen de ouders, ook al voor hun eigen gemoedsrust, conflicten na hun dood vermijden.

Conclusie
Er is heel wat veranderd. Wij raden u aan om nu en dan, om de 5 jaar bijvoorbeeld, uw eigen erfrechtelijke situatie te bespreken met uw notaris. 

Gelieve de hoogte van uw browservenster te vergroten voor een betere website ervaring.